Arbeidsongeschiktheid
Zelfstandigen die door ziekte of ongeval hun activiteit tijdelijk niet meer verder kunnen zetten, ontvangen van hun ziekenfonds een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid vanaf de tweede maand na aanvang van de ongeschiktheid.
Om arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te ontvangen via uw ziekenfonds, moet u
- alle persoonlijke activiteiten tijdelijk stopgezet hebben (de activiteit van het bedrijf mag wel verder gezet worden door de hulp van derden, met behoud van de uitkering)
- in regel zijn met uw sociale bijdragen of hiervoor een totale vrijstelling wegens staat van behoefte hebben gekregen
- als arbeidsongeschikt zijn erkend, en dus omwille van letsels of functionele stoornissen, uw activiteiten als zelfstandige hebben stopgezet
- gedurende het tijdvak van invaliditeit erkend zijn als ongeschikt om om het even welke beroepsactiviteit uit te voeren, rekening houdende met uw opleiding, gezondheidstoestand en conditie
- binnen een termijn van 28 kalenderdagen een aangifte van arbeidsongeschiktheid overmaken aan de adviserend geneesheer van uw ziekenfonds. De adviserend geneesheer kan beslissen u op te roepen om uw staat van arbeidsongeschiktheid te controleren.
Hoeveel uw uitkering zal bedragen, is afhankelijk van de periode dat u al arbeidsongeschikt bent. Drie perioden van arbeidsongeschiktheid moeten worden onderscheiden:
- een periode van één maand die niet wordt vergoed, de zogenaamde wachttijd;
- een periode van elf maanden gedurende dewelke de zelfstandige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ontvangt;
- na een jaar van primaire arbeidsongeschiktheid, de periode van invaliditeit gedurende dewelke de zelfstandige verhoogde invaliditeitsuitkeringen ontvangt (enkel in geval van stopzetting van de zelfstandige activiteiten in combinatie met gelijkstelling ziekte).
Na één maand: arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Een zelfstandige ontvangt geen percentage van het loon, zoals een werknemer, maar wel een forfaitair bedrag dat afhankelijk is van de gezinssituatie. Gedurende het tijdvak van invaliditeit hangt het bedrag van de uitkeringen ook af van het feit of de zelfstandige al dan niet zijn onderneming heeft stopgezet.
Als u zich als zelfstandige in een staat van arbeidsongeschiktheid bevindt die de hulp van derden noodzakelijk maakt, hebt u ook recht op een aanvullende uitkering om uw verlies aan autonomie te compenseren: de uitkering voor hulp van derden.
Na één jaar: Invaliditeitsuitkeringen
We spreken van invaliditeit vanaf het tweede jaar arbeidsongeschiktheid. Invaliditeit is eigenlijk een soort ‘verlengde’ arbeidsongeschiktheid waarvoor strengere normen gelden. De zelfstandige moet immers ongeschikt verklaard zijn om gelijk welk beroep uit te oefenen.
De dokters zullen daarom de verregaande arbeidsongeschiktheid op een billijke manier proberen in te schatten door een aantal elementen in overweging te nemen (medisch dossier, beroepsopleiding, leeftijd, reële herscholingscapaciteiten, gebruik van technische hulpmiddelen, …). Het verlies van loon uit de zelfstandige activiteit door langdurige arbeidsongeschiktheid wordt dan wel enigszins gecompenseerd doordat u een hogere invaliditeitsuitkering ontvangt. Als u ook wordt toegelaten tot het systeem van gelijkstelling wegens ziekte tenminste.
Wanneer uw toestand verbetert, maar u binnen een periode van minder dan drie maanden hervalt, blijft de invaliditeit doorlopen.
Gelijkstelling wegens ziekte
Als u uw activiteiten volledig moet stopzetten door langdurige arbeidsongeschiktheid, dan kunt u via uw sociaal verzekeringsfonds een aanvraag indienen om een ‘gelijkstelling wegens ziekte’ te bekomen.
‘Gelijkstelling wegens ziekte’ betekent dat u periodes van ziekte en invaliditeit kosteloos kunt laten gelijkstellen met periodes van activiteit. U moet dan niet verder bijdragen betalen aan uw sociaal verzekeringsfonds en de dagen arbeidsongeschiktheid tellen vanaf die datum mee voor de samenstelling van uw pensioen. Bovendien blijft u tijdens deze periode van inactiviteit in orde met uw ziekteverzekering, kinderbijslag en arbeidsongeschiktheidsverzekering.
U komt in aanmerking voor gelijkstelling wegens ziekte wanneer:
- U minstens één kwartaal of 90 dagen zelfstandige bent geweest op het moment waarop de gelijkstelling begint. De sociale bijdragen van het laatste kwartaal moeten betaald zijn.
- Uw zelfstandige activiteit gedurende tenminste één kalenderkwartaal volledig werd stopgezet. Die mag dus ook niet door derden worden verdergezet.
Meer informatie over stopzetten als zelfstandige
U moet de gelijkstelling aanvragen:
- binnen de zes maanden na de effectieve stopzetting van activiteit. Na het verstrijken van deze termijn kunt u wel nog een aanvraag indienen, mits een gemotiveerd schrijven met de reden van de laattijdigheid, gericht aan het RSVZ.
- via het Sociaal Verzekeringsfonds dat de aanvraag vervolgens aan het RSVZ bezorgt.
De gelijkstelling begint te lopen vanaf het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de voorwaarden vervuld zijn. Sinds juli 2006 heeft men de periodes van gelijkstelling voor zelfstandigen uitgebreid:
- Als de zelfstandige door ziekte of invaliditeit inactief wordt in de loop van de eerste maand van een kalenderkwartaal, dan begint de periode van gelijkstelling al te lopen vanaf de eerste dag van dat kwartaal. De zelfstandige moet dan ook geen sociale bijdragen betalen voor dat eerste kwartaal.
- Als de zelfstandige zijn activiteit hervat in de loop van de derde maand van het kwartaal van inactiviteit wegens ziekte of invaliditeit, dan moet hij geen bijdragen betalen voor dat kwartaal. De gelijkstelling wegens ziekte loopt dan dus pas af op het einde van dit kwartaal.
Bijvoorbeeld: Een zelfstandige wordt ziek op 4 januari 2012.
- Hij hervat zijn zelfstandige activiteit op 10 maart 2012. Er kan gelijkstelling verleend worden voor het eerste kwartaal van 2012, dat loopt van 1 januari tot 31 maart. De bijdrage voor dat kwartaal is niet verschuldigd.
- Hij hervat zijn zelfstandige activiteit op 10 februari 2012. Er kan dan geen gelijkstelling worden verleend voor het eerste kwartaal van 2012, omdat de zelfstandige activiteit werd hervat vóór de derde maand van het kwartaal. De zelfstandige moet dus zijn sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2012 betalen.
Wordt de gelijkstelling geweigerd, dan moet u verder de bijdragen betalen voor uw sociaal statuut. Deze periode wordt in dat geval gedekt door de onderwerping aan het sociaal statuut van zelfstandigen.
