Een ouder overleden


Werknemer


Verhoogde wezenbijslag voor werknemers: wie heeft er recht op?

Wanneer één of beide ouders overleden zijn, kan het wettelijke, erkende of geadopteerd kind van de overleden ouder recht hebben op wezenbijslag. Het recht op wezenbijslag zal in eerste instantie onderzocht worden op basis van de prestaties van de overleden ouder. In de loop van de twaalf maanden voor het overlijden moet de ouder recht gehad hebben op zes maanden kinderbijslag in het stelsel van de werknemers.

Had de overleden ouder dat recht niet, dan zoeken we of iemand anders een recht op kinderbijslag kan openen voor het weeskind en dit onder dezelfde voorwaarden.

Verhoogde wezenbijslag: voorwaarden

Een kind heeft recht op wezenbijslag als aan een van deze drie voorwaarden werd voldaan:

  • De overlevende ouder is niet opnieuw gehuwd of vormt niet opnieuw een feitelijk gezin
  • Beide ouders zijn overleden.
  • De overlevende ouder heeft geen contact meer met het kind en draagt niet of beperkt bij in zijn levensonderhoud

Alle wijzigingen in uw gezinssituatie die u gaat melden bij de bevoegde bevolkingsdienst, worden via de kruispuntbank doorgestuurd naar uw kinderbijslagfonds. Gaat u opnieuw samenwonen of u vormt opnieuw een gezin alleen met uw kind? Uw recht op verhoogde wezenbijslag zal automatisch opnieuw worden onderzocht.

Hoeveel bedraagt de wezenbijslag?

Per kind bedraagt de verhoogde wezenbijslag 346,82 euro (bedrag geldig vanaf 1/12/2012). Dit bedrag kan nog verhoogd worden met de leeftijdsbijslag en/of toeslag voor een gehandicapt kind.

Let wel op: kinderen die de verhoogde wezenbijslag ontvangen, kunnen niet gegroepeerd worden. Hebt u geen recht op de verhoogde wezenbijslag? Dan ontvangt u verder de gewone kinderbijslag en is groepering van de kinderen wel mogelijk.

Wanneer wordt de verhoogde wezenbijslag uitbetaald?

De uitbetaling van de verhoogde wezenbijslag gebeurt vanaf de maand na het overlijden. De persoon die instaat voor de opvoeding van het weeskind ontvangt de bijslag. Staat niemand in voor de opvoeding van het weeskind, kan de wees zelf de verhoogde wezenbijslag ontvangen.

Indien er een recht op verhoogde wezenbijslag wordt vastgesteld, dan is wat volgt belangrijk om te weten:

  • Minstens één keer per drie jaar wordt een controle ter plaatse uitgevoerd. Hierbij komt een afgevaardigde van het kinderbijslagfonds bij u langs.
  • Bestaat er geen contact meer met de overlevende ouder dan moet jaarlijks het formulier P16com worden ingevuld. Uw kinderbijslagfonds bezorgt u dit document.

Verhoogde wezenbijslag: hoe aanvragen?

Een aanvraag om wezenbijslag is niet nodig. Het kinderbijslagfonds ontvangt via de kruispuntbank alle noodzakelijke gegevens en start uit eigen beweging het onderzoek naar de (verhoogde) wezenbijslag. Alleen als er gegevens ontbreken, of u niet in België verblijft, kan het zijn dat u gevraagd wordt om het formulier ‘Aanvraag om Wezenbijslag (model B)’ in te vullen. Voor overlijdens in het buitenland heeft uw kinderbijslagfonds ook een overlijdensakte nodig.

Zelfstandige


Verhoogde wezenbijslag voor zelfstandige ondernemers: wie heeft er recht op?

Wanneer één of beide ouders overleden zijn, kan het wettelijke, erkende of geadopteerd kind van de overleden ouder recht hebben op wezenbijslag. Het recht op wezenbijslag zal in eerste instantie onderzocht worden op basis van de prestaties van de overleden ouder.

In de loop van de vier kwartalen voor het kwartaal van overlijden, moet er via het zelfstandige statuut van de overleden ouder een recht op kinderbijslag kunnen vastgesteld worden gedurende minstens twee kwartalen of gedurende de helft van de wettelijk bepaalde referteperiode. De referteperiode is de periode die begint op 1 januari 1946 en ten vroegste op 1 januari van het jaar van de twintigste verjaardag. De referteperiode eindigt bij het overlijden en ten laatste op de dag waarop de overleden ouder de pensioenleeftijd bereikt.

Had de overleden ouder dat recht niet, dan zoeken we of iemand anders een recht op kinderbijslag kan openen voor het weeskind en dit onder dezelfde voorwaarden.

Verhoogde wezenbijslag: voorwaarden

Een kind heeft recht op wezenbijslag als aan een van deze drie voorwaarden werd voldaan:

  • De overlevende ouder is niet opnieuw gehuwd of vormt niet opnieuw een feitelijk gezin.
  • Beide ouders zijn overleden.
  • De overlevende ouder heeft geen contact meer met het kind en draagt niet of beperkt bij in zijn levensonderhoud.

Wijzigingen in de gezinssituatie van de langstlevende ouder worden niet automatisch doorgestuurd naar het sociaal verzekeringsfonds. Gaat u opnieuw samenwonen of u vormt opnieuw een gezin alleen met uw kind? Dan moet u uw sociaal verzekeringsfonds op tijd verwittigen, zodat uw recht op wezenbijslag automatisch heronderzocht kan worden. Jaarlijks verstuurt uw sociaal verzekeringsfonds ook een controleformulier naar de langstlevende ouder. Met dit formulier gaat het sociaal verzekeringsfonds na of er zich het voorbije jaar wijzigingen hebben voorgedaan in de gezinssituatie van de langstlevende ouder. Deze wijzigingen kunnen een invloed hebben op de hoogte van uw uitkering, of kunnen aanleiding geven van de uitbetaling door een ander kinderbijslagfonds of sociaal verzekeringsfonds.

Hoeveel bedraagt de wezenbijslag?

Per kind bedraagt de verhoogde wezenbijslag 340,01 euro (bedrag geldig vanaf 1/2/2012). Dit bedrag kan nog verhoogd worden met de leeftijdsbijslag en/of toeslag voor een gehandicapt kind.

Let wel op: kinderen die de verhoogde wezenbijslag ontvangen, kunnen niet gegroepeerd worden. Hebt u geen recht op de verhoogde wezenbijslag? Dan ontvangt u verder de gewone kinderbijslag en is groepering van de kinderen wel mogelijk.

Wanneer wordt de verhoogde wezenbijslag uitbetaald?

De uitbetaling van de verhoogde wezenbijslag gebeurt vanaf de maand na het overlijden. Als het overlijden plaatsvindt op de eerste dag van de maand dan wordt de wezenbijslag toegekend vanaf die eerste dag. De persoon die instaat voor de opvoeding van het weeskind ontvangt de bijslag. Staat niemand in voor de opvoeding van het weeskind, kan de wees zelf de verhoogde wezenbijslag ontvangen.

Verhoogde wezenbijslag: hoe aanvragen?

Het sociaal verzekeringsfonds ontvangt via de kruispuntbank sociale zekerheid een melding van overlijden van een van beide ouders. Het sociaal verzekeringsfonds verstuurt een aanvraag om wezenbijslag naar de langstlevende echtgenoot. U moet dit formulier volledig ingevuld en ondertekend terugsturen naar uw sociaal verzekeringsfonds, samen met een uittreksel uit de geboorteakte van het/de kind(eren) waarvoor u wezenbijslag wilt aanvragen.

Is een van de ouders overleden in het buitenland? Bezorg uw sociaal verzekeringsfonds de overlijdensakte. Uw recht op wezenbijslag kan op deze manier verder onderzocht worden.