Kind met een handicap
Hoe wordt de toeslag voor kinderen met een aandoening berekend?
Vanaf 1/5/2009 worden alle kinderen geëvalueerd in een nieuw systeem. Dit houdt niet alleen rekening met de ernst van de aandoening, maar ook met de gevolgen voor de familiale omgeving.
De evaluatie van de handicap of aandoening gebeurt op basis van drie pijlers:
- de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap/aandoening
- de gevolgen ervan voor de deelname van het kind aan het dagelijkse leven (vb. mobiliteit, leervermogen)
- de gevolgen voor het gezin (vb. medische behandeling, noodzakelijke verplaatsingen)
De geneesheer van de FOD Sociale Zekerheid kent aan iedere pijler een aantal punten toe. Uw kind heeft recht op een toeslag als het minstens vier punten behaalt in pijler 1 of minstens 6 punten behaalt in de drie pijlers samen.
Voor 1/5/2009 vielen kinderen geboren voor 1/1/1993 onder een oud evaluatiesysteem. Bij dat systeem was er slechts recht op een toeslag als het kind minstens 66% lichamelijk of geestelijk gehandicapt werd verklaard. Loopt er momenteel nog een beslissing op basis van dit oude systeem, maar is de geldigheidsperiode bijna verstreken? Er zal automatisch een onderzoek naar een mogelijke verlenging gebeuren volgens de criteria van het nieuwe systeem.
Loopt er nog een beslissing in het oude systeem, maar u denkt recht te hebben op een hoger bedrag aan toeslag in het nieuwe systeem? U kan altijd een aanvraag tot herziening in dit nieuwe systeem indienen. Opgelet: hou rekening met de mogelijkheid dat u ook een lager bedrag kunt ontvangen. Informeer u vooraf goed bij de FOD Sociale Zekerheid – Personen met een handicap.
Krijgt uw kind nog een toeslag als het ouder is dan 21 jaar?
Vanaf de leeftijd van 21 jaar bestaat er geen recht meer op de toeslag op de kinderbijslag. Vanaf dat moment kunt u een tegemoetkoming voor personen met een handicap aanvragen bij de gemeente. Deze aanvraag kan het jaar voordien al gebeuren, van zodra uw kind twintig jaar is geworden. De gemeente regelt de uitkering via de FOD Sociale Zaken.
Kinderen met een handicap of aandoening die na de leeftijd van 21 jaar verder studeren, stage lopen, werken met een leercontract of ingeschreven zijn als werkzoekende, ontvangen wel verder de basiskinderbijslag. Dit is het geval tot de jongere 25 jaar wordt, als hij voldoet aan de geldende voorwaarden voor kinderbijslag.
Hoe vraagt u de toeslag voor kinderen met een aandoening aan?
Toeslag op de kinderbijslag aanvragen doet u bij het kinderbijslagfonds of het sociaal verzekeringsfonds dat instaat voor uw betalingen. U doet dit bij voorkeur schriftelijk. Het kinderbijslagfonds of sociaal verzekeringsfonds registreert uw aanvraag via de kruispuntbank bij De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Dienst Personen met een Handicap. Deze dienst bezorgt u de nodige formulieren die u volledig ingevuld en ondertekend aan hen terugbezorgd.
Daarna zal de medische dienst van de FOD Sociale Zekerheid uw kind uitnodigen voor een onderzoek, en de beslissing meedelen aan het kinderbijslagfonds of het sociaal verzekeringsfonds. Het kinderbijslagfonds of het sociaal verzekeringsfonds zal de beslissing uitvoeren en u informeren over het feit of uw kind in aanmerking komt voor een toeslag op de kinderbijslag. Afhankelijk van de beslissing van de FOD Sociale Zekerheid kan de toeslag ook met terugwerkende kracht toegekend worden.
Als de aandoening van uw kind op korte termijn levensbedreigend is, kunt u op basis van ingevulde formulieren een bijzondere en versnelde procedure starten.
Mocht de medische toestand van uw kind veranderen, kunt u altijd een herziening aanvragen bij uw kinderbijslagfonds of uw sociaal verzekeringsfonds.
Automatische herziening na bepaalde periode
Als de FOD Sociale Zekerheid de aandoening van uw kind erkend heeft voor een bepaalde duur, dan zal de FOD na deze periode uit eigen beweging het onderzoek opstarten voor een nieuwe erkenning. Hier moet u zelf niets voor doen. Het kinderbijslagfonds of sociaal verzekeringsfonds wordt verwittigd over het resultaat zodat zij dit kunnen uitvoeren. Zij informeren u ook over uw recht op een toeslag.
Wat met de toeslag als uw kind werkt?
Als uw kind een erkende aandoening heeft, heeft het een onvoorwaardelijk recht op de toeslag tot 31 augustus van het jaar waarin hij 18 wordt. Van 1 september van het jaar waarin de jongere 18 wordt tot de maand waarin hij 21 wordt, verliest hij de toeslag als hij een beroepsactiviteit uitoefent, tenzij het om een van de volgende vormen van tewerkstelling gaat:
Tewerkstellingen zonder volledige RSZ-onderwerping:
- in een beschutte werkplaats, sociale werkplaats of bedrijf voor aangepast werk, al dan niet met een leercontract
- als jobstudent (maximum 50 dagen per jaar)
- vrijwilligerswerk
Tewerkstellingen van beperkte omvang, gecombineerd met een studie:
- Tijdens studies aan een onderwijsinstelling werken met een gewone arbeidsovereenkomst of als zelfstandige, en dit maximum 240 uur per kwartaal. Als de jongere het volgende schooljaar verder studeert, mag hij zelfs onbeperkt werken tijdens de zomervakantie (3de kwartaal)
- Tijdens een erkend leercontract, studies deeltijds secundair onderwijs of wachttijd als werkzoekende schoolverlater als het inkomen niet hoger is dan 520,08 euro bruto (bedrag geldig vanaf 1/12/2012) per maand.
Een sociale uitkering of een wachtuitkering die voortvloeit uit een van deze toegelaten tewerkstellingen, is geen beletsel voor de toeslag.
