Voorwaarden van 18 tot 25 jaar
Inhoud
Tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin de jongere 18 wordt bestaat er een onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag, voor kinderen met een handicap bestaat er een onvoorwaardelijk recht op de basisbijslag tot hun 21 jaar. Om nadien nog verder recht te hebben tot de leeftijd van 25 jaar zal er onderwijs moeten gevolgd worden of zal de jongere zich dienen in te schrijven bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding als werkzoekende schoolverlater.
Op het vlak van onderwijs worden volgende voorwaarden gesteld:
Secundair onderwijs
Indien secundair onderwijs met volledig leerplan, secundair onderwijs voor sociale promotie of een opleiding tot ondernemingshoofd gevolgd wordt moet de jongere minstens 17 uren les per week volgen. Indien stages verplicht zijn voor het behalen van het diploma worden deze gelijkgesteld met lesuren. Verder moet hij/zij regelmatig de lessen bijwonen aangezien ongewettigde afwezigheden een schorsing van het recht op kinderbijslag met zich mee zullen brengen. Ook het recht voor de vakantieperiodes kan in het gedrang komen wanneer de lessen onregelmatig gevolgd worden.
Kinderen in het buitengewoon onderwijs hebben recht op kinderbijslag ongeacht het aantal lesuren.
Niet meer leerplichtige jongeren die een van de types van het deeltijds secundair onderwijs/erkende vorming volgen hebben recht op kinderbijslag indien hun brutoloon of hun sociale uitkering niet meer bedraagt dan 509,87 euro per maand (bedrag geldig vanaf 1/2/2012).
Leerovereenkomst
Een kind dat verbonden is met een erkende en gecontroleerde leerovereenkomst kan een recht op kinderbijslag openen. Het brutomaandinkomen van een leerling mag niet meer bedragen van 509,87 euro (bedrag geldig vanaf 1/2/2012). Voor de berekening van dit inkomen wordt rekening gehouden met:
- de brutobezoldiging in het kader van het leercontract;
- het bruto-inkomen dat voorkomt uit een andere activiteit;
- het bedrag van een eventuele sociale uitkering.
Hoger onderwijs
In het Bachelor-Mastersysteem bestaat er recht op kinderbijslag indien u voor minimum 27 studiepunten bent ingeschreven. Dit aantal studiepunten wordt in aanmerking genomen per volledig academiejaar, dit wil zeggen:
- ongeacht de spreiding ervan per semester;
- of het nu gaat om een of meer opleidingen in dat jaar;
- of de student nu ingeschreven is bij een of meer inrichtingen van het hoger onderwijs.
Studiepunten verkregen aan een buitenlandse universiteit of hogeschool worden meegeteld. Ook de student die ingeschreven is voor het volgen van afstandsonderwijs of zich inschrijft met een examencontract heeft recht op kinderbijslag op voorwaarde dat de studies minstens 27 studiepunten omvatten.
Ook het ogenblik van inschrijving is van belang. Als de jongere zich ten laatste op 30 november inschrijft voor minstens 27 studiepunten bestaat er recht op kinderbijslag voor het volledige academiejaar. Een student die zich inschrijft na 30 november voor een voldoende aantal studiepunten heeft pas recht vanaf de maand volgend op de inschrijving.
Als echter de norm van 27 studiepunten bereikt wordt na een bijkomende inschrijving in de loop van hetzelfde academiejaar, wordt de kinderbijslag wel met terugwerkende kracht betaald voor het volledige academiejaar of vanaf de eerste inschrijving indien deze zich situeert na 30 november.
Als de student het aantal studiepunten in de loop van het academiejaar vermindert tot minder dan 27 punten of de opleiding onderbreekt, stopt het recht op kinderbijslag vanaf de maand nadien.
Ben je ingeschreven voor een bijkomend jaar om aan je eindverhandeling of stageverslag te werken, dan heb je nog recht op kinderbijslag. Ook doctorandi kunnen verder een recht openen indien ze voor minimum 27 studiepunten zijn ingeschreven. De punten voor de doctoraatsopleiding tellen mee, deze voor het proefschrift niet.
Voor opleidingen in een privé-instelling gelden de voorwaarden zoals voor het secundair onderwijs. Het lessenpakket dient dus minimaal 17 uren per week te bevatten.
Stage voor een functie in een openbaar ambt
Met openbaar ambt bedoelen we kandidaat-gerechtsdeurwaarders, kandidaat-notarissen, kandidaat-meetkundig schatters en radio-officieren.
De stagiair mag geen vergoeding krijgen en tijdens het eerste, tweede en vierde kwartaal maximaal 240u per kwartaal werken. Tijdens het derde kwartaal mag de student die verder studeert, onbeperkt werken.
Studenten die werken en/of een uitkering ontvangen
Meer info bij ‘Kind begint te werken’.
Inschrijving als werkzoekende schoolverlater
Een jongere die net is afgestudeerd of stopt met studeren en ingeschreven is als werkzoekende, kan nog recht hebben op kinderbijslag tijdens de wachttijd voor de wachtuitkeringen. Het kinderbijslagfonds krijgt normaal gezien automatisch bericht van de inschrijving bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding.
Welke voorwaarden dienen vervuld te worden?
- het kind moet zijn opleiding beëindigd hebben
- er moet een inschrijving zijn als werkzoekende bij een gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleidingen
- de jongere is beschikbaar voor de arbeidsmarkt en heeft geen passende dienstbetrekking geweigerd
- het maximum maandelijks bruto-inkomen mag niet hoger zijn dan 509,87 euro (bedrag geldig vanaf 1/2/2012)
Wanneer moet de jongere zich inschrijven als werkzoekende?
- Wie op het einde van een school- of academiejaar stopt met studeren, schrijft zich best onmiddellijk in als werkzoekende. Wie tweede zit heeft, doet dat best meteen na die tweede zittijd.
- Ook wie in de loop van een school- of academiejaar stopt met studeren moet zich zo vlug mogelijk inschrijven als werkzoekende. De toekenningsperiode vangt namelijk aan de dag na de onderbreking van de studie.
Schrijft u zich niet tijdig in als werkzoekende schoolverlater dan gaat het recht opnieuw in vanaf de 1e dag van de maand volgend op uw inschrijving en dit voor de resterende periode van de wachttijd.
Vanaf wanneer begin de wachttijd als jonge werkzoekende te lopen?
- Vanaf 1 augustus als de jongere al 18 is en zich na een volledig school- of academiejaar inschrijft als werkzoekende.
- Vanaf 1 juli als de jongere nog geen 18 is en zich na een volledig schooljaar inschrijft als werkzoekende.
- Vanaf de dag na afloop van een tweede examenperiode, een verplichte stage of het indienen van een eindwerk, als de jongere zich onmiddellijk daarna inschrijft als werkzoekende.
- Vanaf de dag na afloop van een leercontract, als de jongere zich onmiddellijk daarna inschrijft als werkzoekende.
- Vanaf de dag na stopzetting van de studie, als de jongere zich in de loop van het school- of academiejaar inschrijft als werkzoekende.
Winstgevende activiteit
Wanneer de student in het derde kwartaal ook ingeschreven is als werkzoekende schoolverlater, gelden de meest gunstige voorwaarden:
- een tewerkstelling waarbij het bruto maandloon niet hoger is dan 509,87 euro (bedrag geldig vanaf 1/2/2012);
- een tewerkstelling tijdens het derde kwartaal van maximum 240u.
Een Belgische of buitenlandse uitkering voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongeval, beroepsziekte of werkloosheid vormt een beletsel indien het totaal inkomen hoger is dan 509,87 euro (bedrag geldig vanaf 1/2/2012).
Verlenging of verkorting van de toekenningsperiode
De wachttijd wordt met de periode van tewerkstelling als vakantiestudent verlengd.
De toekenningsperiode van 270 of 180 kalenderdagen wordt verkort met maximum 3 maanden wanneer de jongere:
- studentenarbeid heeft verricht in het eerste, tweede of vierde kwartaal;
- arbeidsprestaties heeft verricht waarbij geen sociale zekerheidsbijdragen werden ingehouden, voorafgaand aan de beëindiging van de studies of leertijd.
