Wie heeft recht op kinderbijslag?

Wie vraagt de kinderbijslag aan?

De voorrangsregels om te bepalen wie het recht op kinderbijslag opent zijn wettelijk geregeld, de betrokkenen kunnen dus niet vrij kiezen. Onderstaande volgorde dient gerespecteerd te worden:

  1. de vader
  2. de moeder
  3. de stiefvader
  4. de stiefmoeder
  5. de oudste van de andere personen: de partner van de moeder/vader, een grootouder van het kind (als die tot het gezin behoort), een oom of tante van het kind (als die tot het gezin behoort)
  6. een (half)broer of (half)zus van het kind

Concreet wil dit zeggen dat de vader de kinderbijslag zal aanvragen. Is hij geen werknemer dan zal het de moeder zijn die een aanvraag indient. Kan deze laatste geen recht openen in het stelsel van de werknemers doet de stiefvader dit, enzoverder.

Indien u werkloos, ziek of gepensioneerd bent, wordt dit gelijkgesteld met een werknemer. Ook bepaalde andere situaties komen in aanmerking, enkele voorbeelden zijn de verlaten echtgenote, de student of de gedetineerde.

Voor welke kinderen?

Er moet een band bestaan tussen de werknemer en het rechtgevende kind. Een werknemer heeft recht op kinderbijslag voor:

  • zijn kinderen, die van zijn echtgenoot en de gemeenschappelijk kinderen
  • zijn adoptie- en pleegkinderen, of die van zijn echtgenoot
  • voor zijn (achter)kleinkinderen en neven en nichten, die van zijn echtgenoot, ex-echtgenoot of partner, als die kinderen tot zijn gezin behoren
  • voor zijn (half)broers of (half)zussen
  • voor kinderen die de rechter of de overheid aan de werknemer of aan zijn partner heeft toevertrouwd, op voorwaarde dat de kinderen deel uitmaken van het gezin

Bestaat er geen familieverband tussen u en een kind in uw gezin dan kan de Minister van Sociale Zaken in specifieke gevallen een afwijking toestaan op de hierboven vermelde regels. Contacteer hiervoor uw kinderbijslagfonds.

Voorwaarden?

Het kind moet in België, de EU of een land waarmee België een akkoord heeft gesloten aangaande de kinderbijslagen verblijven. Tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin de jongere 18 wordt bestaat er een onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag. Er worden geen voorwaarden gesteld op vlak van onderwijs en/of eventuele tewerkstellingen.

Van 18 tot 25 zijn er wel voorwaarden:

  • onderwijs/een opleiding volgen of ingeschreven zijn bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding als werkzoekende schoolverlater
  • maximum 240u per kwartaal werken of maximum 509,87 euro bruto per maand verdienen