De eerste fase van deze nieuwe maatregel trad in werking op 1 juli 2006. De « kleine risico's » werden vanaf dan gratis toegekend aan gepensioneerde zelfstandigen die de inkomensgarantie voor ouderen genieten en aan ondernemers die voor de eerste keer een zelfstandige activiteit in hoofdberoep opstarten.
Over de concrete toepassing van deze nieuwe maatregel en vooral over de bekostiging ervan, heerst echter nog grote onduidelijkheid. Tijdens een zitting van de senaat begin februari van dit jaar werden zowel de geraamde meerkost als de financiering van de meerkost besproken, die de integratie van de kleine risico's met zich zullen brengen.
Zoals verwacht, zal een groot deel van de kost van deze maatregel gefinancierd moeten worden door de zelfstandigen zelf. Met andere woorden, de meerkost moet worden opgevangen door de sociale bijdragen van zelfstandigen.
Daarbij wordt wel vooropgesteld dat de zelfstandige die nu al verzekerd was voor kleine risico’s, gemiddeld niet meer zal betalen dan in de huidige regeling. Bovendien is het ook al zo goed als zeker dat zelfstandigen met inkomensgarantie voor ouderen het recht op een integrale dekking behouden, zonder hiervoor een bijkomende bijdrage te betalen. Ook starters zullen een gunstig stelsel behouden. Zelfstandigen die gestart zijn in de periode tussen 01/07/2006 en 31/12/2007, zijn vrijgesteld van verhoogde sociale bijdragen voor een periode van 18 maanden. Iemand die in oktober 2007 aansluit als zelfstandige, is dus gratis verzekerd voor de kleine risico’s tot 1 april 2009. De betrokkene zal dus ook geen verhoogde sociale bijdragen moeten betalen vanaf 01/01/2008 en dit zolang de periode van 18 maanden duurt.
Aan de uitgavenzijde is alles dus wettelijk geregeld: vanaf 1 januari gaan de terugbetalingen voor kleine risico's voor alle zelfstandigen van start. De maatregel zou, op jaarbasis, zo’n 365 miljoen euro gaan kosten.
Aan de inkomstenzijde rijst echter een probleem, zo staat in de De Standaard van 12 september 2007. Dat de maatregel zal gefinancierd worden door de bijdragen van de zelfstandigen zelf staat vast. Over de manier waarop dat solidariteitsmechanisme in zijn werk zou gaan (het RSVZ zal dan die middelen moeten doorstorten naar het Riziv, de rijksdienst voor ziekteverzekering), werd wel een advies geformuleerd aan de vorige regering, maar een koninklijk besluit dat het hele mechanisme vastlegde, bleef uit. En zolang er geen nieuwe regering is gevormd, kan er ook geen Koninklijk Besluit hierover opgesteld worden. Daardoor dreigt vanaf 1 januari een gat van 350 tot 365 miljoen euro in de begroting.