Aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds
Elke zelfstandige in België moet in principe sociale bijdragen betalen. Hierin verschilt het zelfstandige statuut van dat van een werknemer. Bij een werknemer worden de sociale bijdragen automatisch elke maand van het brutoloon afgetrokken. Een zelfstandige moet zijn sociale bijdragen zelf betalen. U moet zich daarvoor aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds, dat uw sociale bijdragen int en onmiddellijk doorstort aan de overheid.
De aansluiting bij het sociaal verzekeringsfonds moet u ten laatste regelen de dag dat u start als zelfstandige. Als u te laat aansluit, riskeert u een boete tussen 500 en 2000 euro. U verliest ook het recht op uitstel van betaling voor uw eerste twee kwartalen dat u als starter zou gekregen hebben.
In ruil voor uw sociale bijdragen krijgt u bepaalde sociale rechten: recht op kinderbijslag, dienstencheques voor moederschapshulp, een ziekte- en invaliditeitsverzekering, een faillissementsverzekering, uitkering bij palliatieve zorgen en een wettelijk pensioen.
De sociale bijdragen die u betaalt, worden beschouwd als een beroepskost en zijn dus volledig fiscaal aftrekbaar. Ze worden berekend op uw netto belastbaar jaarinkomen: dit is uw brutojaarinkomen als zelfstandige, na aftrek van uw kosten maar voor belasting.
Ook vennootschappen moeten aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en een jaarlijkse vennootschapsbijdrage betalen.
Wie moet aansluiten?
Iedere natuurlijk persoon die zijn activiteiten uitoefent als zelfstandige, dus zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst verbonden te zijn.
U bent dus ook zelfstandige:
- wanneer u een andere zelfstandige in een eenmanszaak bijstaat of vervangt. U bent dan zelfstandig helper.
- wanneer u als partner (gehuwd of wettelijk samenwonend) van een zelfstandige effectief meehelpt in de eenmanszaak en zelf uw socialezekerheidsrechten niet vestigt via een andere beroepsactiviteit of uitkering. U bent dan meewerkende echtgenoot.
- wanneer u bestuurder, mandataris, zaakvoerder of werkend vennoot bent in een vennootschap.
Zelfstandig helper
Als zelfstandig helper moet u aansluiten bij het sociaal verzekeringsfonds vanaf 1 januari van het jaar waarin u 20 wordt of vroeger als u voor deze datum gehuwd bent.
Wanneer u als helper minder dan 90 dagen en niet regelmatig werkt, moet u in principe niet aansluiten. Wij adviseren om toch aan te sluiten uiterlijk de dag dat u begint te helpen, om eventuele boetes van de overheid voor laattijdige aansluiting te vermijden.
Meewerkende partner
Sinds 1 juli 2005 moet u als meewerkende partner – als u geboren bent na 1955 - verplicht aansluiten in het zogenaamde ‘maxistatuut’. Zo bent u volwaardig verzekerd voor pensioen, gezondheidszorg, gezinsbijslag enzovoort, net zoals een zelfstandige in hoofdberoep. Hiervoor betaalt u ook sociale bijdragen. De sociale bijdragen van een meewerkende echtgeno(o)te worden anders berekend dan die van een zelfstandige in hoofdberoep.
Partners die geen eigen sociaal statuut (werknemer, zelfstandige, uitkeringsgerechtigde enzovoort) hebben, worden automatisch aangesloten bij het sociaal verzekeringsfonds waarbij de hoofdzelfstandige is aangesloten.
Opgelet dus als u start als zelfstandige, trouwt of wettelijk gaat samenwonen:
- Als uw partner geen eigen socialezekerheidsrechten opbouwt, wordt deze automatisch aangesloten als meewerkende echtgeno(o)t(e) bij het sociaal verzekeringsfonds.
- Als uw partner niet effectief meehelpt in uw zaak, moet u dat onmiddellijk aan uw sociaal verzekeringsfonds melden. Vul dan het inlichtingenformulier meewerkende partner (pdf) in.
Het statuut van meewerkende partner is niet mogelijk in een vennootschap. Wat als uw partner meewerkt in uw vennootschap?
- Als er een band van ondergeschiktheid is, dan is uw partner werknemer.
- Is er geen band van ondergeschiktheid, dan is uw partner zelfstandige en moet die aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.
Zelfstandige in een vennootschap
Bent u mandataris, zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot in een vennootschap?
Dan wordt u beschouwd als zelfstandige en moet u aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Ook al is dit niet uw hoofdactiviteit. Enkel stille vennoten die alleen kapitaal inbrengen, moeten niet aansluiten.
Onbezoldigde mandatarissen moeten niet aansluiten als ze hun kosteloosheid in feite en in rechte kunnen aantonen:
- In feite: effectief geen enkel financieel en materieel voordeel uit het mandaat halen.
- In rechte: uitdrukkelijk via de statuten of een beslissing van de algemene vergadering kunnen aantonen dat het mandaat onbezoldigd is.
Als u een kosteloos mandaat waarneemt en gepensioneerd bent, volstaat het in principe om de feitelijke kosteloosheid aan te tonen.
Opgelet:
- Als u commerciële of technische activiteiten uitoefent, moet u zich altijd aansluiten als zelfstandige.
- Een zaakvoerder in een e-bvba is ook altijd de enige werkende vennoot in de zaak en is dus altijd verzekeringsplichtig als zelfstandige.
- Een mandataris die zijn mandaat uitoefent vanuit het buitenland, is altijd onderworpen als zelfstandige.
Vennootschap
Ook uw vennootschap moet sociale bijdragen betalen en dus aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.
Hoofdberoep of bijberoep?
In welke categorie u moet aansluiten als zelfstandige, is vooral afhankelijk van uw eventuele andere beroepsactiviteiten.
Wordt u zelfstandige in hoofd- of in bijberoep? Lees het hier.
Voor gehuwden, weduw(e)naars en studenten: vrijstelling of verminderde bijdragen mogelijk
U wilt zelfstandige worden in hoofdberoep, maar u weet al dat uw inkomsten beperkt zullen blijven? U bent getrouwd, student of weduw(e)naar? Dan kunt u overwegen om aan te sluiten als zelfstandige op basis van de voordeelregel ‘artikel 37’. Bij toepassing van deze voordeelregel bent u zelfstandige in hoofdberoep, maar geniet u een vermindering of vrijstelling van uw sociale bijdragen. Deze vermindering of vrijstelling krijgt u wanneer uw beroepsinkomsten als zelfstandige lager blijven dan jaarlijks vastgestelde drempelbedragen.
Om te kunnen aansluiten met deze voordeelregel, moet u uw socialezekerheidsrechten kunnen vestigen via de beroepsactiviteiten van iemand anders. U komt dus alleen in aanmerking als u:
- getrouwd bent en uw partner volwaardige sociale rechten geniet
- student bent onder de 25 jaar, ten laste staat van uw ouders en recht opent op kinderbijslag
- weduwe bent en een overlevingspensioen ontvangt.
Ook bepaalde politici en vastbenoemde leerkrachten die minstens 50% van een voltijds uurrooster presteren maar minder dan 60% kunnen aansluiten via deze voordeelregel.
Hoeveel sociale bijdragen betaalt u met de voordeelregel voor gehuwden, studenten en weduw(e)naars?
Gepensioneerde zelfstandigen
U kunt als zelfstandige (blijven) werken wanneer u met pensioen bent. U moet dan wel uw inkomsten beperken, anders kunt u een deel of zelfs uw volledige pensioen verliezen.
- De inkomensgrenzen zijn afhankelijk van uw leeftijd, de aard van uw pensioen en de eventuele kinderen ten laste.
- Gepensioneerde zelfstandigen betalen een lager percentage aan sociale bijdragen dan een gewone zelfstandige, zolang de inkomensgrens wordt gerespecteerd.
- U moet uw beroepsactiviteit ook officieel melden met een aangetekend schrijven aan de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP).
Wanneer u als gepensioneerde een zuiver kosteloos mandaat uitoefent, hoeft u in principe niet aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Bent u gepensioneerd en werkend vennoot, dan moet u wel aansluiten als zelfstandige, ook al gaat het om een onbezoldigde activiteit.
Hoeveel sociale bijdragen betaalt u als gepensioneerde? (pdf)
