Welk btw-tarief moet ik aanrekenen?

Zwartwerkers durven schertsend de term ‘bijzonder toegestane winst’ in de mond nemen, aan de cafétoog weerklinkt al eens de uitleg ‘betaling tegen wil’. Maar voor startende ondernemers is het begrip btw minder ludiek. Die belasting is vaak een lastige klant, want er zijn verschillende tarieven. Dat die bovendien van tijd tot tijd verhogen of verlagen, draagt ook niet bij tot transparantie. Dit overzicht schept klaarte.


Vrijstelling voor kleine ondernemingen

Voor je de lijst hieronder gaat afspeuren naar het btw-tarief van jouw product of dienst, eerst dit: als ‘kleine onderneming’ (bijvoorbeeld als je net start of in bijberoep werkt) kan je kiezen voor een vrijstelling van btw. Per jaar mag je dan maximaal 25.000 euro omzet maken, zonder dat je je klanten btw aanrekent.


Hoe je dat aanvraagt en hoe dat in de praktijk verloopt?  Op deze pagina vind je de uitleg. Opgelet, het is niet omdat je voor de vrijstelling kiest, dat je daarom geen btw-nummer hebt. Bij je inschrijving als zelfstandige vraag je dit btw-nummer (hetzelfde als je ondernemingsnummer) aan.



Vrijstelling voor sommige vrije beroepen

Sommige ‘vrije beroepen’ hebben geen btw-nummer nodig. Het gaat vaak om medische beroepen (artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen …) en nog een reeks andere: auteurs, kunstenaars, verzekeringsmakelaars, gokbedrijven, bibliotheken, jeugdhuizen, crèches, ziekenvervoer, familiehulp …


Makkelijker is om omgekeerd te redeneren: heb je een vrij beroep als advocaat, architect, boekhouder, accountant, belastingconsulent, notaris, gerechtsdeurwaarder, landmeter, veearts, beëdigd vertaler of gerechtstolk? Dan heb je wél een btw-nummer nodig.



21% btw: de grootste groep

Voor de meeste producten of diensten geldt het btw-tarief van 21%. Valt jouw business dus niet onder de uitzonderingen van 6% of 12% (zie hieronder), dan reken je klanten 21% btw aan op je facturen. Deze blogpost toont je hoe je een factuur opmaakt.



12% btw: enkele uitzonderingen

Soms geldt ook een tarief van 12%. Dat is het geval bij steenkool, banden voor landbouwmachines en tractoren, fytofarmaceutische producten, levering van sociale woningen en margarine. Ook de horeca past dit tarief toe, maar enkel voor bereide maaltijden (dus geen kaas, chips, worstjes …). Voor dranken hanteer je 21% btw.


Start je in de horeca, laat je dan sowieso goed bijstaan, ook op financieel vlak.



6% btw: reeks basisproducten

Dit uitzonderingsregime geldt voor veel dranken en voeding (zo rekent Julie van Floom 6% voor granola) of levende dieren (de handel in paling van Hans Borremans). Ook voor deze (minder voorkomende) diensten of producten hanteer je dit tarief:

  • Geneesmiddelen
  • Tijdschriften en boeken
  • Kunstwerken en verzamelobjecten
  • Landbouwdiensten
  • Personenvervoer
  • Auteursrechten, concerten of voorstellingen
  • Hotels en campings
  • Herstellingen van fietsen, schoenen, kledij en linnen
  • Verbouwingen van privéwoningen ouder dan 10 jaar

Een complete lijst vind je op deze webpagina van de KBC.



Wat met gemengde tarieven?

Wie een horecazaak uitbaat, zal soms 21% (op drank) en 12% (op bereide maaltijden) moeten vragen. Hetzelfde geldt voor een fietshersteller (6%) die ook fietsgadgets (21%) verkoopt. Op één factuur kunnen dan verschillende tarieven en hun berekeningen staan.


Nog neteliger wordt het bij wie gemengd btw-plichtig is. Denk maar aan een consultant (21% btw) die ook verzekeringen (vrijgesteld) verkoopt. Die mengvorm heeft immers als gevolg dat je niet al je betaalde btw in aftrek kan brengen. Dan zit je al gauw met een complex financieel plaatje waar je boekhouder zeker raad mee weet.



Meteen mee met btw

Hiermee is zeker niet alles gezegd over btw. Als je verkoopt aan het buitenland, bijvoorbeeld, gelden aparte btw-regels – die ook nog variëren tussen producten of diensten, en EU- of niet-EU-landen. Vraag raad bij je boekhouder.


Vervolgens is het nog zaak om je ontvangen én betaalde btw tijdig en correct aan te geven. Deze btw-checklist bespaart je kopzorgen!