Recht op pensioen

Rustpensioen

Als u zelfstandige bent geweest, hebt u normaal gesproken recht op een rustpensioen. Om een rustpensioen te ontvangen moet u:

  • de pensioenleeftijd bereiken
  • uw beroepsloopbaan als zelfstandige of helper bewijzen.

U kunt vervroegd met pensioen vanaf 63 jaar. Uw loopbaan moet dan wel voldoende jaren tellen. In deze tabel vindt u de loopbaanvoorwaarden. Het bedrag van het rustpensioen is ook afhankelijk van uw gezinssituatie. Een gezinspensioen wordt toegekend als u gehuwd bent en uw echtgenoot geen eigen pensioen of inkomensvervangende sociale uitkeringen ontvangt. Uw rustpensioen wordt ambtshalve onderzocht op 65 jaar en moet u dus niet zelf aanvragen, tenzij u vervroegd met pensioen wilt of in het buitenland woont.

Afhankelijk van uw leeftijd, (voormalige) beroeps- en gezinstoestand, kunt u ook recht hebben op een:

  • overlevingspensioen
  • pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot
  • pensioenbonus.

Overlevingspensioen

Het overlevingspensioen wordt berekend op basis van de loopbaanjaren van de overleden partner.

U hebt recht op een overlevingspensioen als u:

  • minstens een jaar gehuwd bent geweest met de overledene
  • ten minste 46,5 jaar bent
  • de beroepsloopbaan als zelfstandige of als helper van uw overleden echtgenoot kunt bewijzen.

Als u niet aan deze voorwaarden voldoet, komt u misschien in aanmerking voor een tussenoplossing, zoals een tijdelijk overlevingspensioen. U kunt gedurende 12 maanden een tijdelijk overlevingspensioen krijgen wanneer u:

  • nog geen jaar gehuwd bent
  • nog geen 46,5 jaar bent en geen kind ten laste hebt of niet voor minstens 66% arbeidsongeschikt bent.

Hoeveel uw overlevingspensioen precies bedraagt, hangt af van de beroepsloopbaan van uw overleden echtgenoot. Kreeg uw echtgenoot al een pensioen als zelfstandige dan zal het RSVZ automatisch uw rechten op een overlevingspensioen onderzoeken. Was uw echtgenoot nog niet gepensioneerd, dan moet u zelf een aanvraag indienen.

Pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot

Als u uit de echt bent gescheiden van een zelfstandige (of helper), kunt u eventueel voor de periode van het huwelijk recht hebben op een pensioen via uw ex-echtgenoot. Dit pensioen kunt u krijgen op de pensioenleeftijd of op de dag dat u een (vervroegd) rustpensioen ontvangt.
U moet wel voldoen aan de algemene pensioenvoorwaarden:

  • de pensioenleeftijd bereiken
  • de beroepsloopbaan van uw ex-echtgenoot als zelfstandige of helper bewijzen
  • u mag niet van het ouderlijk gezag ontzet zijn
  • u mag niet opnieuw gehuwd zijn
  • u mag niet veroordeeld zijn om uw ex-echtgenoot naar het leven te hebben gestaan
  • u mag geen aanspraak kunnen maken op een overlevingspensioen uit een vorig huwelijk.

De periodes waarvoor u zelf pensioenrechten hebt opgebouwd, komen in principe niet in aanmerking, tenzij u aan uw eigen pensioenrechten verzaakt. Het echtscheidingspensioen kunt u ten vroegste krijgen op uw (vervroegde) pensioenleeftijd.

Bent u feitelijk gescheiden, dan hebt u recht op een deel van het pensioen van uw echtgenoot. Uw leeftijd speelt geen rol, maar uw echtgenoot moet wel effectief recht hebben op een rustpensioen.