De starters-bvba: hoe interessant is deze vennootschapsvorm?

21 november 2016 door Jeroen Kegeleers

s-bvba.jpg

De benaming doet vermoeden dat de starters-bvba op maat geknipt is voor beginnende ondernemers. En toch. Erg populair is deze relatief recente vennootschapsvorm niet. Maakt onbekend onbemind? Of schuilen er effectief addertjes onder het gras? De s-bvba onder de loep.

De juridische vorm van een zaak: een terechte hoofdbreker voor starters. Alleen al het verschil tussen een eenmanszaak en een vennootschap heeft een enorme impact op je belastingen. Kies je voor het tweede, dan moet je er vervolgens nog een vennootschapsvorm uitpikken die het best bij je bedrijf past. Een harde noot om te kraken, maar een boekhouder weet raad.

 

Gelijkenissen en verschillen

De s-bvba lijkt op het eerste gezicht als twee druppels water op zijn bekendere broer de bvba:

  • Beide vennootschappen kan je alleen oprichten. In het geval van de bvba gaat het dan wel om een éénpersoons-bvba (‘ebvba’).
  • Je laat een oprichtingsakte maken bij de notaris. Daarvoor heb je een financieel plan nodig. 
  • Je bent beperkt aansprakelijk: loopt er iets fout, dan blijft je privé-eigendom buiten schot.

 

Toch zijn er ook enkele niet te onderschatten verschillen. In een s-bvba:

  • bedraagt je startkapitaal minimaal 1 euro, tegenover 18.550 euro bij een bvba;
  • moet je je financieel plan samen met een erkende boekhouder of accountant opstellen;
  • mag je niet meer dan 5% van de aandelen van een andere vennootschap bezitten;
  • moet je elk jaar 25% van je winst reserveren, tot je kapitaal 18.550 euro bedraagt. Vanaf dan kan je je s-bvba omzetten naar een (e)bvba.

Voordelen en risico’s

Het voornaamste voordeel is duidelijk: je hebt geen stevige startsom nodig om je vennootschap op te richten. Iedereen kan dus meteen starten. Hetzelfde geldt voor een eenmanszaak of vof, maar daar ben je met je persoonlijke vermogen wel aansprakelijk.

 

Waarom de starters-bvba dan toch geen hoge toppen scheert? Dat kan liggen aan deze nadelen:

 

  • Weinig vertrouwen van financierders. Omdat je geen of slechts een kleine kapitaalbuffer hebt, is het moeilijker om een lening te verkrijgen. Dat geldt zeker als je bij banken aanklopt. Ergens ook logisch: met een bedrijf waarin je zelf weinig investeert, schep je bij een geldschieter minder vertrouwen.
  • Mispak je niet aan die 1 euro: je moet ook je notaris én de kosten voor publicatie in het Belgisch Staatsblad betalen. Dat kan al snel oplopen tot 1.000 à 1.500 euro.
  • De kosten van je financieel plan. Omdat je hiervoor een boekhouder nodig hebt, leg je hier al zeker een paar 100 euro voor neer.
  • Persoonlijke aansprakelijkheid. Ga je binnen de drie jaar failliet, dan ben je persoonlijk aansprakelijk voor eventuele schulden tot 18.550 euro.

 

Kortom: goed bezinnen en grondig overleggen met je boekhouder is de boodschap.

Wat zegt de boekhouder?

Yves Van Osselaer, zaakvoerder RVO Finance: “Wij staan niet achter de s-bvba, en hetzelfde geldt voor veel andere boekhoudkantoren. Heb je weinig of geen startkapitaal, dan is een eenmanszaak of vof meestal interessanter, want daar gelden minder boekhoudkundige verplichtingen. Let wel: in die gevallen ben je volledig aansprakelijk.”

 

Jeroen Kegeleers

Geschreven door Jeroen Kegeleers

Jeroen Kegeleers werkt al 8 jaar bij Xerius. Dagelijks begeleidt Jeroen startende ondernemers bij het opstarten en inschrijven van hun eigen zaak.

Gratis e-book: In 4 stappen naar een topidee

Ontvang wekelijks een blogupdate

Reageer op dit artikel


Dit artikel gebruiken op je eigen website? Lees hier de voorwaarden.

Een goed idee voor een blogartikel? Laat het ons weten via [email protected] of meld je aan als guestblogger