Als kunstenaar zelfstandige worden? Dit verhaal toont je hoe!

Kunst is broodnodig, maar een kunstenaar moet ook zijn brood kunnen verdienen. Met beeldenstormende goesting van je kunst leven, hoeft dat per se via een kunstenaarsstatuut? Of word je beter zelfstandig kunstenaar? Het verhaal van Hilde toont aan dat er heel wat mogelijk is om stap voor stap een inkomen als artiest bijeen te sprokkelen.


Hilde volgde de opleiding schilderkunst en fotografie aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Na haar studie besloot ze om haar passie te volgen. Haar doel? Stapsgewijs haar plek in de eregalerij van Belgische kunstenaars veroveren.



Start: een sporadische verkoop

Aanvankelijk verkocht Hilde een paar werken in haar vriendenkring. Niet in opdracht dus, waardoor het officieel om ‘occasionele prestaties’ ging. Die mocht de beginnende kunstenares aangeven als diverse inkomsten. Daarop hoefde ze geen sociale bijdragen te betalen, maar wel 33% belastingen. Omdat het uiteindelijk wel de fiscus is die beoordeelt of het om een occasionele activiteit of een beroepsactiviteit gaat, beperkte Hilde die verkoop tot twee schilderijen.



Eerste inkomsten: een project

Snel daarna boekte Hilde haar eerste bescheiden succes:: ze mocht een decor ontwerpen voor een toneelgezelschap. Haar werk kreeg ze uitbetaald als kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars (KVR). Het voordeel: hierop hoefde Hilde geen belastingen of sociale bijdragen te betalen. Op die manier kon ze maximaal 2.444,74 euro per jaar ontvangen. Er was wel een ‘kunstenaarskaart’ voor nodig. Die vroeg ze aan, en in afwachting stelde ze een verklaring op eer op.



Extra loon: niet al kunst wat de klok sloeg

Intussen moest er natuurlijk brood op de plank komen. Dus toen het theatergezelschap vroeg om een paar avonden mee te helpen in de cafetaria, zei Hilde geen nee. Omdat het om niet-artistiek werk ging, kreeg ze daar een vrijwilligersvergoeding voor. Zo kon ze nog tot 1.308,38 euro per jaar bijverdienen. Dat extraatje werd nog aangevuld met een verplaatsingsvergoeding (maximaal 692,20 euro per jaar). Op beide vergoedingen hoefde Hilde geen belastingen of sociale bijdrage te betalen.



Een eigen zaak: galerij als opstapje

Een telefoontje kwam als een geschenk uit de hemel: een bekende kunstgalerij wou haar schilderijen in the picture zetten. De verwachte opkomst voor de vernissage was bijzonder hoopgevend. Daarom nam Hilde een belangrijke stap: ze werd zelfstandige in hoofdberoep. Aangezien kunstenaar een niet-handelsonderneming is, kon ze haar eenmanszaak bij Xerius gratis inschrijven. Bovendien hoefde ze ook geen basiskennis bedrijfsbeheer aan te tonen.


Natuurlijk moest het ondernemingsloket wel aftoetsen bij Hilde of ze effectief enkel als artieste werk levert. Mocht Hilde bijvoorbeeld nu en dan trouwfoto’s kieken, dan maakt dat van haar bedrijf ook een handelsonderneming. En dan had ze wél dat attest van bedrijfsbeheer moeten voorleggen.



De inkomstenstroom: auteursrechten

Snel na de oprichting van haar zaak, sloot Hilde met een andere galerij een licentieovereenkomst af voor de reproductie van een aantal foto’s. Hiervoor ontving ze een licentievergoeding. Tegelijk ontving ze 15% auteursrechten op elke verkochte foto. Daar hoefde ze geen sociale bijdragen en belastingen op te betalen, maar enkel 15% roerende voorheffing – op voorwaarde dat ze onder de 57.270 euro bruto bleef.



Extra activiteit: zelfstandige in bijberoep

Onlangs kreeg Hilde een aanbieding om 18 uur per week les te geven in het deeltijds kunstonderwijs. Als alles meezit, wordt het een opdracht voor minstens twee schooljaren. Wat met haar sociaal statuut? Haar werk als artieste zal ze binnenkort uitvoeren in bijberoep. Voor haar inkomsten uit de kunst vormt dat geen probleem. Het is zelfs perfect mogelijk dat Hilde meer zal verdienen via haar zelfstandig bijberoep dan via haar job als leerkracht.



De toekomst: werkloos en bijberoep?

En wat als Hilde haar opdracht in het onderwijs afloopt? Dan heeft ze mogelijk recht op een werkloosheidsuitkering. Intussen kan ze, onder enkele voorwaarden, haar bijberoep behouden. Tot een netto-inkomen van 4.190,16 euro wordt er niet geraakt aan de uitkering. Belangrijk is wel dat Hilde zich als werkzoekende laat inschrijven, én dat ze deze regeling aanvraagt bij de RVA.



Kunstenaarsstatuut: toch maar loondienst?

Als artiest kan je ook aan de slag als loontrekkende. Je levert dan werk aan een organisatie – bijvoorbeeld als acteur bij een theatergezelschap – al dan niet met een contract. Intussen kan je genieten van enkele voordelen op het vlak van werkloosheidsuitkeringen. Deze regeling heet het ‘kunstenaarsstatuut’ (al gaat het niet om een apart officieel statuut).


Uiteraard heeft dit statuut ook z’n voordelen, maar zodra je een ‘normaal’ maandelijks inkomen kan verzamelen – lees: een loon waarvan je kan leven – is een zelfstandig statuut vaak interessanter. Vóór het zover is, doe je best zoals Hilde: maak optimaal gebruik van de talrijke vergoedingsregelingen.


Wie helpt je die soms complexe puzzel te leggen? Je boekhouder. Maar ook het Kunstenloket biedt raad. Bij hen kan je terecht voor advies over statuten, rechten, ondernemerschap, auteursrecht enzovoort. Succes!