Baby op komst: wat moet je regelen als zelfstandige?

Tijdens je zwangerschap ben je graag bezig met de geboortelijst, de suikerbonen en de kinderkamer. Maar voor je kleine spruit er is, valt er ook op administratief vlak wel wat te regelen. We zetten op een rij wat je te doen staat.


1. Kraamgeld

Vanaf de vijfde maand van je zwangerschap tot drie jaar na de geboorte van je kind kan je kraamgeld (ook wel de ‘geboortepremie’ genoemd) aanvragen. Deze eenmalige premie wordt uitbetaald door een kinderbijslagfonds. Zowel werknemers, zelfstandigen, uitkeringsgerechtigden als gepensioneerden hebben er recht op.

Je vraagt de premie aan bij het kinderbijslagfonds van de vader van het kind. Is hij werknemer dan is dit het kinderbijslagfonds van zijn huidige werkgever. Is de vader werkloos, gepensioneerd of ziek, dan is dit het kinderbijslagfonds van zijn laatste werkgever. Wanneer hij zelfstandig is, vraagt hij de premie aan bij een kinderbijslagfonds naar keuze. Kan de vader het kraamgeld niet aanvragen? Lees dan hier wie het kraamgeld wel kan aanvragen.

 

Adopteer je een kind? Dan kan je een adoptiepremie aanvragen.

Belangrijk voor bijberoepers: vergeet niet om je werkgever of de RVA op de hoogte te brengen van je zwangerschap!



2. Moederschapsrust en -uitkering

Voor de moederschapsuitkering klop je aan bij je ziekenfonds. Bij het begin van je moederschapsrust bezorg je een doktersattest, waarna je een inlichtingenblad ontvangt. Dat stuur je zo snel mogelijk terug naar je ziekenfonds. Vergeet ook niet om een geboorteattest te bezorgen. En geef je ziekenfonds een seintje op het moment dat je opnieuw aan de slag gaat.

Zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenotes:

Je hebt recht op twaalf weken moederschapsrust. Eén week vóór de bevalling en twee weken erna zijn verplicht, de overige negen weken neem je vrij op vanaf drie weken vóór de bevalling tot 38 weken na de verplichte moederschapsrust.

Tijdens het kwartaal volgend op je bevalling hoef je verder geen sociale bijdragen te betalen. Je blijft voor die periode wel in orde met de sociale zekerheid. Een voordeel dat het sociaal verzekeringsfonds je automatisch toekent.

Opgelet: betaal je verminderde bijdragen omdat je aangesloten bent in hoofdberoep met een gelijkstelling voor bijberoep (het zogeheten ‘artikel 37’), dan heb je geen recht op een moederschapsuitkering of de andere voordelen die zelfstandigen in hoofdberoep genieten.

Zelfstandigen in bijberoep:

Werknemers en ambtenaren krijgen vijftien weken moederschapsrust. Eén week vóór en negen weken na je bevalling zijn verplicht, de overige vijf weken kan je vrij opnemen vanaf zes weken vóór je bevalling. De weken die je niet opneemt voor je bevalling, kan je overdragen en vasthaken aan je postnatale rust. Tijdens je moederschapsrust mag je je activiteiten in bijberoep niet uitoefenen. Hiervoor moet je een verklaring op eer tekenen bij je ziekenfonds.



3. Dienstencheques

Als zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenote heb je na je bevalling recht op 105 dienstencheques. Geef je gegevens online door en je sociaal verzekeringsfonds contacteert je om je aanvraag verder te regelen.



4. Kinderbijslag

Ontvang je al kinderbijslag of heb je je kraamgeld aangevraagd voor de geboorte, dan onderzoekt je kinderbijslagfonds zelf of je recht hebt op deze maandelijkse toelage. Beschikt je fonds niet over alle nodige gegevens, dan zal je een aanvraagformulier ontvangen.

Vanaf de eerste maand na de geboorte van je baby heb je recht op kinderbijslag. Je ontvangt het bedrag elke achtste dag van de maand.

Voorbeeld: Marlies bevalt op 4 april. Ze heeft recht op kinderbijslag voor haar kindje vanaf 1 mei. Ze ontvangt op 8 juni voor de eerste keer haar kinderbijslag.