Eigenschappen van de gcv

Een gcv is eenvoudig op te richten. Bijzonder is dat je in een gcv twee soorten van vennoten hebt: beherende vennoten en stille vennoten. Nadeel: het faillissement van de vennootschap betekent ook het faillissement van de beherende vennoten.


Naam: Gewone commanditaire vennootschap.

Oprichters: Minstens twee oprichters, waarvan minstens één beherende vennoot, en één stille vennoot. 

Vennoten: Een beherende vennoot kan beslissingen nemen met betrekking tot het bestuur van de vennootschap zonder toestemming van de andere vennoten. Een stille vennoot mag zich niet mengen in het bestuur van de vennootschap. Je kan ook een of meer zaakvoerders benoemen die het bestuur van de vennootschap waarnemen.

Akte: Onderhandse oprichtingsakte - zonder tussenkomst van een notaris.

Minimum startkapitaal: geen minimumvereisten. De vennoten moeten het bedrag storten dat ze bij oprichting (in de statuten) aan de vennootschap 'beloofd' hebben.

Aansprakelijkheid: in een gcv ben je als beherend vennoot persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen die de vennootschap aangaat. Met andere woorden: maakt de vennootschap schulden die ze niet kan betalen, dan kan de schuldeiser bij elk van de beherende vennoten gaan aankloppen voor het volledige bedrag van de schuld. Stille vennoten zijn alleen aansprakelijk voor hun inbreng. Gaat het mis, dan zijn ze hun investering kwijt, maar hun privévermogen blijft buiten schot. Tenminste: op voorwaarde dat ze zich niet mengen in het bestuur of beheer van de vennootschap.

Financieel plan: niet verplicht. Een financieel plan is alleen verplicht voor vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.

Boekhouding:
Dubbele boekhouding is verplicht vanaf een omzet van €500.000. Voor kleine ondernemingen is een enkelvoudige boekhouding toegestaan.

Aandelen: een aandelenregister is niet verplicht. Aandelen zijn op naam, en zijn alleen overdraagbaar als alle vennoten daarmee instemmen.