Veelgestelde vragen over bijberoep: 7 misverstanden opgeklaard

Een kwart miljoen and counting. Zoveel zelfstandigen in bijberoep telt België. En eigenlijk zouden dat er nog veel meer kunnen zijn. Want ondanks de relatief makkelijke instap en beperkte papierberg, bestaan er helaas heel wat misverstanden rond het bijberoep. En die dwarsbomen nog al te vaak de stap naar het deeltijds ondernemerschap. Tijd voor de puntjes op de i.


Een manier om je passie de vrije loop te laten, zoals 40% van de bijberoepers? Een hobby die stilaan uit zijn voegen barst, zoals 25%? Of hoor je bij de 17% die een bijberoep opstart om een mooie cent extra te verdienen? Waarom je ook start, je weet maar beter waarom deze 7 uitspraken van geen kanten kloppen.



1. Je kan kiezen tussen hoofdberoep en bijberoep

Je kan niet binnenstappen in een Xerius-kantoor en vragen naar ‘die regeling voor het bijberoep’. Het gaat immers niet om een apart sociaal statuut: je gaat door dezelfde formaliteiten als een fulltime zelfstandige. Bijberoeper word je als je minstens halftijds voor een werkgever aan de slag bent, of een vervangingsinkomen (waarbij je pensioenrechten opbouwt) krijgt.



2. Je inkomsten bepalen of je kan starten in bijberoep

Niet je inkomsten, maar wel het aantal uren dat je in een hoofdactiviteit presteert, bepaalt of je in bijberoep aan de slag kan. Als werknemer in de privésector bijvoorbeeld, moet je minstens halftijds werken. Maar let op: voor vastbenoemde leerkrachten en mensen met een uitkering zijn de regels lichtjes anders.



3. Voorbij een inkomensgrens groei je automatisch door naar hoofdberoep

Dit misverstand leunt wat aan bij het vorige. In het bijberoep bestaan geen maximale inkomsten. Zelfs al floreert je eigen zaak buitengewoon goed, je blijft je bijberoep houden zolang je nog een hoofdactiviteit hebt. Het is dus perfect mogelijk dat je meer geld binnenhaalt met je bijverdienste dan met je job als loontrekkende. Al komt dat in de praktijk natuurlijk niet zo vaak voor.

Wellicht komt dit misverstand voort uit de berekening van de sociale bijdragen. Daar zijn wél inkomensgrenzen: onder de 1.471,01 euro netto-inkomsten per jaar betaal je geen bijdragen.



4. Je hebt geen btw-nummer nodig

Tenzij je een vrij beroep opstart (zie misverstand 7), heb je wel degelijk een btw-nummer nodig. Dat is hetzelfde als je zogenaamd ondernemingsnummer. Het klopt wél dat veel bijberoepers gespaard blijven van btw-formaliteiten, omdat zij kiezen voor de btw-vrijstelling. Die regel houdt in dat je jaarlijks tot 25.000 euro omzet mag draaien, zonder je klanten btw aan te rekenen.



5. Een bijberoep starten kan enkel als eenmanszaak

Dat de meeste bijberoepers starten als eenmanszaak, is logisch: vaak gaat het om een hobby of een passie die een mooi extraatje oplevert. Maar als het de bedoeling is om te groeien en flink wat omzet te maken, kan een vennootschap fiscaal interessanter zijn. Wat je als zelfstandige verdient, telt dan immers niet mee in je personenbelasting, maar wordt belast via de lagere vennootschapsbelasting.

In de praktijk is het natuurlijk vaak gissen naar hoe lucratief je businessmodel zal zijn – anders was je wel direct fulltime ondernemer geworden! Daarom starten veel bijberoepers als eenmanszaak, om later (nog altijd in bijberoep) door te groeien naar een vennootschap.



6. Een boekhouder is een overbodige luxe

Tweemaal fout. Ten eerste is een boekhouder allesbehalve een luxe: een paar 100 euro per jaar maken meestal het verschil niet. Ten tweede, en belangrijker: ook al levert je zaak maar een heel bescheiden bedrag op, een boekhouder is broodnodig. Niet alleen om je door het fiscale labyrint (ook wel gekend als ‘de belastingaangifte’) te loodsen, maar vooral om je beroepskosten in kaart te brengen en je zo een bom geld te besparen.



7. Bijberoep en vrij beroep gaan nooit samen

Soms wel. Zoals bij mensen die hun activiteit niet als vrij beroep, maar in loondienst uitoefenen. Denk maar aan een architect in een architectenbureau, een jurist bij een groot bedrijf of een verpleegkundige in een ziekenhuis. Zij kunnen, na de uren, gelijkaardig werk leveren als zelfstandige in bijberoep – als dat tenminste mag van hun werkgever (is er geen concurrentiebeding?) en als ze niet uitsluitend voor dezelfde werkgever die zelfstandige activiteiten uitoefenen.

Omgekeerd kan ook: een bijberoep als springplank naar een volwaardig vrij beroep. Een loontrekkende of ambtenaar kan bijvoorbeeld een avondopleiding volgen en vervolgens in bijberoep aan de slag gaan als zelfstandige binnenhuisarchitect, vroedvrouw of landmeter.